Is het aan de filter bubble te wijten dat Trump tot president van de Verenigde Staten werd verkozen? Falen de formele media in het weergeven van de werkelijkheid? Zijn filtering en personalisatie op het internet zo doorgeslagen dat in feite Facebook ons beeld van de realiteit bepaalt? Schromelijk overdreven, vonden de meeste sprekers tijdens het Cross Media Café op 31 januari in Beeld en Geluid, op het Mediapark in Hilversum. Het thema luidde: ‘Behind the filter bubble’.

Bepalen algoritmes wat we kijken? Wat we stemmen? Door filtering en personalisatie wordt wat we zien op internet (bijvoorbeeld in zoekresultaten) steeds minder divers. De stroom van berichten die we de hele dag tot ons nemen, wordt steeds meer bepaald door ons sociale online netwerk. Als internetter kun je opgesloten raken in een 'filter bubble' waardoor je steeds minder van de werkelijkheid ziet. Tijdens het Cross Media Café (een initiatief van het iMMovator-netwerk) ging een groot aantal sprekers in op zin en onzin van deze filter bubble en de betekenis ervan voor journalisten, consumenten en campagnemakers zoals politieke partijen. Mediafacts was erbij en noteerde de belangwekkendste constateringen.

Personalisatie nog lang niet de standaard
Natuurlijk waren er geluiden te horen als zou de vrije pers onder druk staan door commerciële organisaties en overheden en de centrale organisatie van old school media en - via algoritmes - social media. Pieter Haasnoot van Publicism, pleitte zelfs voor een Bitcoin-achtige infrastructuur voor de nieuwsvoorziening. Gert-Jaap Hoekman, hoofdredacteur van NU.nl, was de eerste spreker die belangrijke kanttekeningen plaatste bij deze ontwikkeling. “Personalisatie via social media is een krachtig middel, we moeten het zeker niet onderschatten. Dertig procent van de traffic van grote internationale uitgeverijen is afhankelijk van Facebook. Maar in Nederland kijken iedere avond nog steeds 2,3 miljoen kijkers naar het Journaal en miljoenen mensen lezen nog een krant. Twee procent van het bereik van NU.nl komt vanuit Facebook, bij de Telegraaf is dat ook zoiets en bij de NOS blijft het ook nog onder de tien procent. Tachtig procent van onze bezoekers - dat is twee miljoen - gaat dagelijks rechtstreeks naar NU.nl.”

Locatie-bepaalde homepage NU.nl
Het basisprincipe van de nieuwsselectie bij NU.nl is ‘we brengen eerst het nieuws dat je moet weten en daarna pas het nieuws dat je wil weten’. En nieuwsberichten worden alleen gepusht als het om heel belangrijk nieuws gaat. Toch krijgt NU.nl veel verzoeken om de voorpagina te personaliseren, wat de organisatie voor een technologische uitdaging stelt. Wel past NU.nl in samenwerking met regionale sites al geotargeting toe: de voorpagina wisselt afhankelijk van de locatie waar de gebruiker zich bevindt.

Binnenkort: ‘Mijn Nu’
“De nieuwsconsument is niet alleen veeleisend, hij is ook lui”, aldus Hoekman. Expliciete personalisatie (het vragen om pushberichten) doet slechts drie procent. En zo’n 5.000 bezoekers clickten het verzoek ‘Toon NUzakelijk op mijn voorpagina’ aan. Ook het aanbieden van content van derden is een marginaal gebeuren. Zo stelden slechts een paar honderd mensen prijs op content van Autoweek op hun NU.nl-voorpagina. Als een soort mixvorm komt NU.nl binnenkort met Mijn Nu: náást de standaard voorpagina een tweede scherm met een gepersonaliseerde voorpagina.

ANP: via Buzzcapture naar uitvergroting van hypes
Kevin Lamers is head of content bij Buzzcapture, een reputatie-analysebureau dat werkt met (social) media-monitoring. Hij liet tijdens het Crossmedia Café zien wat politieke partijen in Nederland doen op sociale media en hoe die informatie gebruikt wordt door het ANP. Dat beschikt over een ‘dashboard’, dat de meest besproken partijen, politici en items signaleert en het nieuwsbureau in staat stelt om de nieuwsgaring daarop te kunnen afstemmen. Helaas is de software nog niet in staat om fakenieuws te signaleren en eruit te filteren…

Filter bubbles tijdens de verkiezingen in de VS
Ook volgens Peter Smet, innovatie- en procescoördinator van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, valt het “reuze mee” met die gevreesde filter bubble. Acht procent van de Amerikanen gebruikte Facebook als primaire nieuwsbron tijdens de presidentsverkiezingen; 19 procent gebruikte FOXnews en 13 procent CNN. [Noot van de Mediafacts-redactie: juist deze door Smet genoemde zenders creëren hun eigen bubbles: FOXnews is moeilijk te beschouwen als iets anders dan de spreekbuis van Donald Trump terwijl CNN zich - naar Nederlandse maatstaven - al tijdens de verkiezingscampagne activistisch opstelde tegen Trump.] Hoe dan ook: algoritmen bepaalden volgens Peter Smet slechts voor 1 procent wat de kiezers in de VS aan nieuws voorgeschoteld kregen; 5 tot 8 procent werd beïnvloed door hun sociale omgeving.

Het echte probleem: laag vertrouwen in traditionele media
“Het echte probleem”, aldus Smet, “is misschien ook nog niet eens dat veel mensen nepnieuws niet als zodanig herkennen. Het is vooral het historisch lage vertrouwen dat men in de traditionele media heeft, dat ons parten speelt.” Smet wees op initiatieven om het publiek meer te betrekken bij het werk van de journalisten, zoals die van de New York Times,. Dat hanteert in plaats van een institutionele, objectieve, neutrale en daardoor afstandelijke stijl een meer conversationele stijl in de artikelen als middel om de media weer aan de burger te brengen.

Reactie vanuit NRC
Wieland van Dijk, chef online bij NRC Media, gaf weerwoord op de kritiek die hij weleens hoort als zou NRC ‘kijkcijferjournalistiek’ bedrijven door alleen nieuws te brengen dat goed scoort bij de lezers. Het meten van het websitebezoek had tot anderhalf jaar geleden nog weinig invloed op de redactie. Eigenlijk ging het alleen maar om het bereik, het aantal pageviews, wat vooral voor adverteerders relevant was. Dat veranderde in oktober 2015 toen een nieuwe website werd gelanceerd, waarop alle NRC-verhalen worden gepubliceerd. De bezoeker kan nu maandelijks maximaal vijf artikelen gratis online lezen en stuit vervolgens op een ‘betaalmuur’ die is gericht op abonneewerving. Een aanpak die niet beoogd was op het introduceren op een nieuw verdienmodel, maar ook op een hervorming van de redactie: het loslaten van die ene deadline per dag.

NRC speelt in op haar ‘dagkoersen’’  
Overal op de NRC-redactie hangen nu schermen met The Big Board, dat realtime aangeeft hoeveel procent van de lezers op dat moment welke artikelen lezen. Daarnaast mailt Van Dijk de redactie iedere dag ‘de dagkoersen’, gebaseerd op programma’s als Chartbeat en Google Analytics. Dat dagrapport bevat onder meer de Top-20 van best gelezen artikelen (aan de hand van leesminuten, niet clicks) en biedt aanknopingspunten voor een analyse van de oorzaken dat een artikel het wel of niet goed deed bij het publiek. Als men na tien seconden al afhaakte, lag dat dan aan de wending die het artikel kreeg na de inleidende alinea?; stond er een moeilijk te begrijpen zin?

Deze werkwijze werd aanvankelijk met argusogen bekeken: ruilde NRC kwaliteitsjournalistiek in voor ordinaire clickbait? Maar geleidelijk aan gingen ook de redacteuren inzien dat deze inzichten helpen bij het bepalen van de timing van publicaties en het selecteren van artikelen voor specifieke doelgroepen. Van Dijk: “Bovenal biedt het input voor de journalistiek: welke vragen leven er bij de lezers? Zo werden na de bekendmaking van de overwinning van Trump opeens veel oude artikelen opgevraagd over diens plannen, waaronder een artikel van Charles Groenhuijsen van ruim een halfjaar eerder, getiteld ‘Trump is zo erg nog niet’. “De input helpt de redactie artikelen die zij belangrijk vinden beter te presenteren. Wij maken clickbaar wat belangrijk is in plaats van belangrijk te maken wat goed clickt.”