Martijn Rademakers bewijst met De Utrechtse Internet Courant dat een lokaal nieuwsmedium geen ‘sufferdje’ hoeft te zijn. Het succes van zijn multimediale nieuwsplatform leverde hem een nominatie op voor de Media Leadership Award. Tijdens de Mediafacts Nationale Uitgeefdag 2016 verklaarde hij waarom er sinds een jaar naast alle digitale kanalen ook een gedrukte editie verschijnt: “Wij geloven nog steeds in papier.” - fotocredit: Rogier Bos

“We worden vaak ‘disruptief’ genoemd, maar dat valt wel mee. We doen dingen die anderen ook doen. Maar wij doen ze net even anders.” Martijn Rademakers miste, na het verdwijnen in 2005 van het Utrechts Nieuwsblad, de lokale journalistiek in zijn stad en ging er daarom vijf jaar geleden zelf mee aan de slag. Op een zolderkamertje werd De Utrechtse Internet Courant (DUIC) geboren: “Online natuurlijk, want we hadden geen geld.” Als voorbeeld namen ze nrc.next: “Eigentijds, niet oubollig, veel beeld en toegankelijke kwaliteitsjournalistiek. Maar dan op lokaal niveau.”

Elk kanaal zijn eigen functie
Vanaf dat eerste begin heeft DUIC een duidelijke focus: “We geloven dat het écht lokaal moet zijn. We berichten over de stad Utrecht, niet over de regio. Onze doelgroep woont in Utrecht, is trots op die stad en kan het weinig schelen wat er in Woerden gebeurt. Ook de medewerkers op de redactie en sales komen bij voorkeur uit de stad zelf, zodat ze weten wat er leeft.”

En DUIC is multichannel: “Je ziet vaak dat uitgevers een krant hebben en die dan via elk kanaal aanbieden aan de lezers. Wij denken echter dat elk kanaal zijn eigen manier van gebruik kent. De site brengt het nieuws, is snel en heb je altijd bij je. De app brengt ook nieuws, maar biedt ook extra service-functies. Je kunt bijvoorbeeld in een straal om je huis of om je wijk zoeken naar woningruimte, alarmmeldingen op buurtniveau ontvangen of uitgaantips in jouw buurt. En we gaan ook het weerbericht op wijkniveau brengen.”

Stevig op de kaart in uitgeversland
Inmiddels krijgt de site zo’n 20.000 bezoekers per dag, zijn er 5.500 nieuwsbrief-abonnees, is de app al 5.500 maal gedownload en telt DUIC op Twitter 16.000 volgers: “Twitter mag dan vaak dood worden verklaard, maar het is voor ons nog steeds belangrijk. Twitter heeft ook zeker bijgedragen aan ons succes, bijvoorbeeld als aanjager van onze bezoekcijfers. Tegenwoordig speelt vooral Facebook daar een grote rol in.”
Het feit dat DUIC leverancier werd van lokaal nieuws aan Nu.nl zette de titel stevig op de kaart in uitgeversland, merkte Rademakers: “Opeens waren we niet meer ‘dat sufferdje’.”

De stap naar papier
De stap naar DUIC op papier werd in december 2015 gezet, nadat Telegraaf Media Groep de Utrechtse editie van Dichtbij staakte. De krant verschijnt nu tweewekelijks in een oplage van 155.000 exemplaren, vertelt Rademakers: “We denken dat dit ritme goed is. In de krant brengen we op een magazine-achtige manier alleen achtergrondverhalen en duiding van het nieuws.” Er wordt ook aan nieuwe distributiemodellen gewerkt: “Huis-aan-huis bezorging is lastig. We zijn daarom kortgeleden gestart met een eigen bakkensysteem om de kranten te verspreiden. De eerste resultaten zijn goed: de omloopsnelheid ligt hoog, zeker in de binnenstad gaat het heel hard.”

"Geen jaarplannen, maandelijks bijstellen"
Rademakers heeft vertrouwen in de toekomst: “We lopen over van de ideeën.” Aan vijfjarenplannen doen ze bij DUIC niet: “We hebben niet eens een jaarplan, we sturen elke maand bij. Projecten proberen we zoveel mogelijk op te knippen en snel in gang te zetten. Gewoon: experimenteren en uitproberen. Als het dan niet werkt, stoppen we er mee en gaan we weer verder. Dat soort risico’s nemen is veel gemakkelijker als je klein bent en, anders dan veel grote ondernemingen, niet vooral financieel gedreven bent. We willen dit bedrijf eerst goed opbouwen, en dan komt dat geld vanzelf wel.”

Uitbreiding naar andere steden
“Innovatie hoef je ook niet altijd groot aan te pakken: waarom zou je zelf een site bouwen voor een ton, terwijl het ook prima kan voor 5.000 euro in WordPress”, meent Rademakers. “Ga niet steeds het wiel opnieuw uitvinden, maar omarm alles wat er al is en pas dat slim toe.” Dat laatste geldt ook voor DUIC zelf: “We hebben nu eigenlijk een blauwdruk in handen die ook in andere plaatsen kan worden gebruikt. In Rotterdam gebeurt dat al, onder de titel De Nieuwspeper. We denken dat dit model zeker ook in andere steden haalbaar moet zijn.”