2013 is, zo weerklinkt her en der, het jaar van de betaalmuur: eindelijk zijn consumenten bereid gevonden om voor (sommige) journalistieke content te betalen!

Ik zou dat graag anders willen stellen: eindelijk beginnen nieuws- en entertainmentmerken te ontdekken wat hun toegevoegde waarde is in de 21e eeuw en eindelijk wordt de techniek ingezet om munt te slaan uit die toegevoegde waarde.

Is gratis nog een businessmodel?

Nalden, één van de sprekers op het Mediafacts Uitgeverscongres 2013, gelooft heilig in het freemium-model, waarbij content gratis wordt weggegeven, om de consument te verleiden tot het betalen voor aanvullende diensten. Een model dat prima werkt als je met een klein team een wereldwijde markt kan bedienen, maar wat minder geschikt lijkt als je een (middel)grote Nederlandse uitgeverij bent, die content als core business heeft.

Rebecca McPheters, directeur van iMonitor, staat diametraal tegenover de Nederlandse ‘digital native’. Zij adviseert uitgevers om de consument altijd te laten betalen voor content. Het maken van kwalitatieve content is immers niet gratis.

Geld = aandacht = geld

Voor de perceptie van de consument lijkt het weinig uit te maken: ik zie om me heen dat mensen vrijwel dezelfde kwaliteitseisen stellen aan gratis content als aan betaalde content. Want de rollen zijn grotendeels omgedraaid: niet informatie, maar aandacht is nu het schaarse goed.

Je ziet het terug in de commentaarsecties van websites: mensen zijn net zo scherp op de inspanningen van een eenzame blogger als van een professionele uitgeeforganisatie. Zij kunnen hun informatie immers van allerlei locaties - veelal gratis – halen; het is de publicist die blij mag zijn dat de consument schaarse tijd aan zijn uitingen besteedt.
 

Kwaliteit
En die dient dus topkwaliteit te bieden om consumenten aan zich te binden. Daar schort het nog veel te vaak aan. Onderzoek laat zien dat tachtig procent van al het online verspreide nieuws bestaat uit herverpakkingen van al bestaand nieuws. De slechtst mogelijke dienst die je de moderne nieuwsconsument, die al verzuipt in een stortvloed van (des)informatie, kunt bewijzen.

Bovendien verspreiden mediabedrijven onbedoeld veel onjuiste informatie, of blijkt het streven naar objectiviteit te leiden tot een gebrekkige waarheidsvinding. Uit ander onderzoek blijkt dat jongeren die hun nieuws uit alternatieve bronnen verkrijgen (zoals Facebook en satirische actualiteitenrubrieken), beter op de hoogte zijn van wat er gebeurt in de wereld dan jongeren die braaf de krant en het journaal consumeren. Een raker commentaar op de kwaliteit van (in dit geval Amerikaans) nieuws kan ik mij niet indenken. Geen wonder dat het vertrouwen van consumenten in de journalistiek laag is: dat wantrouwen wordt té vaak gesterkt door de feiten.
 

Aandacht verdienen
De waarde van informatie op zich is gedaald tot het absolute nulpunt. Maar dit maakt betrouwbare, kwalitatieve informatie - in behapbare hoeveelheden gepresenteerd - wél waardevol. De tot nu toe positief verlopende invoering van betaalmuren bij het FD en het ND, de steeds maar groeiende oplage van LINDA. en de Groene Amsterdammer, het succes van de NRC Reader App en de enthousiaste ontvangst voor het initiatief ‘De Correspondent’ bewijzen dat ten minste een deel van de mediaconsumenten bereid is om te betalen voor content, mits die van hoge kwaliteit is. Het overige deel hanteert aandacht als betaalmiddel. Wie de consument tot geen van beide transacties weet te verleiden, moet niet op zoek naar nieuwe verdienmodellen, maar naar zichzelf.