Journalisten zijn net zo verbijsterd over hun plotselinge irrelevantie als de adel op het schavot van de Franse revolutie. Waar is de dag dat reporters zo belangrijk waren dat een filmster als Jayne Mansfield hen interessant genoeg vond om op hun bureaus te komen dansen?

Met de sigaret in hun mondhoek tikten de Telegraaf-verslaggevers onverstoorbaar verder toen de seksbom in 1957 op bezoek in Amsterdam ongetwijfeld ‘dierlijke bewegingen’ maakte op de maat van hun tikmachines. De deadline was toen heilig.

Nu moeten topjournalisten alle zeilen bijzetten om de waarde van hun beroep uit te leggen aan een hoonlachende internetgeneratie. Als New York Times-journalist David Carr zich in een forum kwaad maakt over het dieplinken van gratis nieuwssites naar NYT-artikelen die met dure investeringen en hoogopgeleide schrijvers zijn vervaardigd, kan hij een sneer krijgen van blogkeizerin Arianna Huffington: ‘Zo fulmineerden de streepjeszetters op kleitabletten destijds ook tegen de papierbeschrijvers met pen en inkt’.

De begin februari vertoonde documentaire ‘New York Times van binnenuit bekeken’ is een verdrietig makend document. Je kunt hem nog bekijken op de website van VPRO-Import. Verdrietig makend omdat je aanwezig bent bij het pijnlijke gevecht dat nu dagelijks door Amerikaanse kranten wordt gevoerd om betalende lezers en vooral grote adverteerders vast te houden. En hoewel die omstandigheden hier in de polder veel milder zijn, kun je er op wachten dat de Nederlandse kranten ook hun overlevingsstrijd tegemoet gaan.

Drama

Een voorafspiegeling van zo’n drama was in 1991 de definitieve ondergang van Het Vrije Volk. Toen al twintig jaar ingekrompen tot een Rotterdamse krant, maar in de jaren ’50 een groot landelijk dagblad met meer dan 300 journalisten in dienst. De krant had automatisch de aanhang van Het Rode Bolwerk als abonnee. Maar toen zich onder de stoothamer van de Provo-beweging de ontzuiling van het Nederlandse volk voltrok, verloor de krant  aansluiting met de tijdgeest (en met hem diverse andere verzuilde dagbladen, zoals De Tijd).

Nobelprijs-winnaar Liu Xiabo moet gezegd hebben: “Het internet is God’s geschenk aan het Chinese volk”. Dat mag opgaan voor China, waar bloggers zich als in een Echternach-processie voetje-voor-voetje een vrije debatruimte veroveren. Maar in de landen met een vrije pers is het internet de gesel van de journalistieke professie.

Doodsklap

Uiteraard is het nu een provocatie om te schrijven dat journalistiek een irrelevant beroep is geworden. Wat de doodsklap voor het journalistiek metier leek te worden -  de onthullingen van WikiLeaks - bewees een jaar later precies het tegenovergestelde. Bij de openbaarmaking van de talloze geheime Irak-documenten zocht Wikileaks-activist Julian Assange juist toenadering tot kwaliteitskranten zoals de New York Times. In de documentaire zien we welke journalistieke afwegingen de redacteuren van NYT maken bij het filteren van de informatie in de Irak-documenten. De inschakeling van het dode-bomen-medium is ook een erkenning door de beroemdste internet-activist dat krantentitels met een reputatie van onafhankelijkheid nog steeds groot gezag hebben. Bijna was die reputatie van onafhankelijkheid teloor gegaan omdat ook de NYT de Irak-leugens van de Bush-administratie klakkeloos overnam. Nieuw aangetreden hoofdredacteur Bill Keller moet die reputatie nu zien te redden, tegen de econonomische trend en tegen de geur van bederf rond zijn eigenaar Rupert Murdoch in.

Dossierwroeters

De vaktrots van journalisten zal een eigentijdser onderdak moeten vinden, dan het doorrookte redactielokaal. Nieuws stroomt op het mobiele internet vanzelf. En in een wereld met hackers en hoogopgeleide dossierwroeters zal er geen tekort zijn aan onthullende analyses. Meer en meer acteren ondernemende journalisten als individuele merken op allerlei internetplatforms. Het toekomstige verdienmodel van deze ‘curators’ zal waarschijnlijk meer lijken op dat van Huffington Post en WikiLeaks, dan op dat van matig betaalde redacties bij De Persgroep.

Dat is het leuke van dit gratis blog. De opvolgster van Jayne Mansfield zal niet langskomen, maar mijn hoofd tegen de boezem van Arianna Huffington, dat maakt nog wel een kansje.