Vrijdag 31 maart wordt Dag6 gelanceerd, de journalistieke joint venture van de EO en het Nederlands Dagblad. Een heel boeiende uitgeefcasus: voor een bedrag van €9,90 per maand ontvangen abonnees elke vrijdag een papieren weekblad en hebben zij 24/7 toegang tot alle content in de mobiele app. We spraken over Dag6 met Rinder Sekeris en Daniël Gillissen.

Rinder Sekeris is directeur-uitgever van het Nederlands Dagblad en één dag per week op de burelen van Dag6 te vinden; Gillissen is adjunct-hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad én teamlead van Dag6. Hij werkt frequenter vanuit Amersfoort, waar het team van Dag6 een eigen toko heeft.

Sekeris over de gekozen titel: “Op dag 6 van het scheppingsverhaal werden de mens en dus de nieuwsgierigheid geschapen. De menselijke geschiedenis, het nieuws, begon. Dag6 informeert over het nieuws en de achtergronden daarbij, maar behandelt ook allerlei thema’s van het leven vanuit een christelijke, gelovige levensvisie. Het is een medium voor de ontzuilde generatie. De redactie bestaat uit twintigers en dertigers, maar de content is niet uitsluitend interessant voor jongere generaties nieuwsconsumenten. Het gaat ons niet om leeftijd, maar om mentaliteit: hoe wil je leven en verantwoordelijkheid nemen? Als die vragen ook iemand van 70 aanspreken, is Dag6 er ook voor hem of haar.”

Een unieke samenwerking
Dag6 is een tamelijk uniek voorbeeld van duurzame journalistieke samenwerking tussen een landelijke publieke omroep (EO) en een commerciële uitgeverij (Nedag Uitgevers). Deze publiek-private samenwerking is erop gericht om een ander, in de praktijk veelal jonger publiek te bereiken dan de EO en het Nederlands Dagblad bereiken met hun journalistieke werk. Het Nederlands Dagblad zelf ontwikkelt zich ondertussen van een krant voor de gereformeerde zuil tot een nieuwsmedium voor heel christelijk Nederland.

EO en ND zoeken synergie
In een tijd waarin steeds grotere groepen consumenten vragen om een andere insteek en verpakking van nieuws en journalistieke achtergrondverhalen, kwam bij de EO en het ND de gedachte op om de krachten te bundelen en een nieuwe journalistieke propositie te ontwikkelen voor dat andere publiek. De EO als een publieke partij die sterk is in bewegend beeld, het ND als een partij met commerciële uitgeefervaring, inmiddels ook op digitaal gebied. Na een reeks formele exercities ging het Commissariaat voor de Media akkoord met deze voor de Nederlandse mediawereld ongewone ‘pps-constructie’. Daarbij focuste het commissariaat zich met name op de rol van de EO. Sekeris: ‘’Als ND-bestuurder heb ik geen moment bij de overleggen die de EO voerde gezeten. Een aparte ervaring, maar ook wel begrijpelijk: het commissariaat wilde zijn rol als toezichthouder op de publieke kant in dit verhaal zuiver houden.’’

Waartoe Dag6 op aarde is
Over de functie die Dag6 moet vervullen meldt het persbericht: “De consumptie van nieuws verandert. Tegelijkertijd stellen wij vast dat er meer nieuws dan ooit wordt geconsumeerd en dat mensen kwaliteitsjournalistiek op waarde schatten. Maar men kijkt of luistert daarvoor niet meer automatisch naar de EO, of neemt als vanzelfsprekend een abonnement op het Nederlands Dagblad. Daarom zijn we opnieuw begonnen. Dag6 draait om een mentaliteit. Consumeren is veranderd in zelf selecteren, toepassen en waarde toekennen door te delen. Vragen die daarbij centraal staan: hoe wil je leven als mens, welke verantwoordelijkheid neem je, wil je bijdragen aan een rechtvaardiger wereld? Wat geloof je zelf? Dag6 is een nieuw journalistiek platform, gemaakt door mensen die geloven. In God en in de wereld. Dag6 biedt een combinatie van snel nieuws en achtergrondverhalen, online via een app en offline in een weekblad dat elke vrijdag verschijnt.”

‘Een alternatief kabinet van vakmensen’
Het redactionele model van Dag6 lijkt geïnspireerd door het revolutionaire contentproductiemodel van de internationale zakentitel Forbes: een kleinere redactie van 6FTE wordt geflankeerd door grotere aantallen externe ‘contributors’: vakmensen die alles volgen en uit kunnen leggen over thema’s als sport, architectuur, de kledingindustrie en eten. Het idee is dat de vakmensen van wie bijdragen het meest worden gedeeld en gelezen daarvoor (op termijn) worden beloond, zo laat Rinder Sekeris desgevraagd weten aan Mediafacts.
Tijdens de lancering op 31 maart zal Dag6 zelfs een alternatief kabinet van vakmensen presenteren. Daarover meldt het persbericht: “Jonge twintigers en dertigers die genoeg verbeeldingskracht, idealisme en kennis hebben om de touwtjes in handen te nemen. Over tien jaar hebben ze dat ongetwijfeld, nu krijgen ze bij Dag6 alle ruimte om hun originele ideeën, scherpe analyses en mooie vondsten te delen.”

Serieuze social media presence
De digitale content van Dag6 is te volgen in een mobiele app. Een gelijknamige website verwijst slechts door naar die app, omdat een permanent op je telefoon (of tablet) aanwezige app zorgt voor meer binding dan een website, zo is de gedachte. Dit betekent dat de content van Dag6 wel op een smartphone en tablet is te benaderen, maar niet op een pc, notebook of laptop.
De eigen redactie van Dag6 werkt in twee shifts, waardoor het nieuws in de mobiele app van 8 uur ’s ochtends tot 11 uur ’s avonds wordt bijgehouden. De gratis content bestaat uit het algemene nieuws (o.a. vanuit de ANP-feed). De redactie is (los van omvang) veel minder klassiek van samenstelling dan een gemiddelde krantenredactie. Zo zijn er naast journalisten ook specialisten op het gebied van social media en online video. De vaak korte, snappy video’s verschijnen onder meer op het Dag6-channel op YouTube. Voorbeelden zijn: ‘hoe Jezus is Jesse Klaver’, en tips in een persoonlijk filmpje over burn-out en keuzes maken.

De methode van de lancering van Dag6 vertoont weer grote gelijkenissen met &C, het mediamerk rondom Chantal Janzen dat 21 maart van start ging. Naast het channel op YouTube is Dag6 ook al maanden actief op Facebook, Twitter en Instagram, waardoor het gecombineerde social media bereik al bestaat uit duizenden volgers. Intern heeft het team hierdoor bovendien goed kunnen proefdraaien, waardoor er bij de lancering op 31 maart echt al iets ‘staat’.

Naar een werkend businessmodel?
Proefdraaien en duizenden volgers zijn leuk, maar de grote spanning zit hem natuurlijk in de vraag of het gekozen businessmodel zal aanslaan. Zonder dat blijft Dag6 slechts een leuk experiment. De focus in het businessmodel ligt vooral op lezersinkomsten en in mindere mate - het weekblad - op advertenties. Teamleider Daniël Gillissen over die rol van de abonnee: “De opkomst van Trump en het debat rondom fake news maken steeds meer mensen bewust van het feit dat goede journalistiek een belangrijke rol speelt in de samenleving. Ik bezocht recent het festival South by Southwest, waar dat idee enorm werd bevestigd. De hoofdredacteur van de New York Times liet weten dat zich nog nooit zoveel filantropen hebben gemeld om de krant te steunen. Steeds meer mensen steunen in de VS de media - ook door het nemen van een abonnement - vanuit het idee dat die vierde macht moet blijven bestaan. In Nederland leeft dat idee wat minder, maar ik verwacht dat dit bewustzijn ook hier steeds groter wordt.”

Rinder Sekeris vult aan: “Als mediabedrijf moet je ondertussen wel zelf durven innoveren. Wat wij hier bij Dag6 doen zal ook impact hebben op het ND en de EO. We startten met nieuwe mensen op een nieuwe locatie. Dan begin je letterlijk met niets. Er was geen staande cultuur. Ook de werkwijze is anders omdat de mensen bij Dag6 voornamelijk online werken en niet elke dag een krant hoeven te maken. Zij pakken thema’s, kiezen er vormen van storytelling bij en bedenken hoe dat via de app, de sociale kanalen en de weekendkrant wordt uitgewerkt. Ook denkt de marketeer vanaf het begin mee over hoe over die thema’s publicitair aan te zwengelen. Dat werkritme breng je makkelijker tot stand als je opnieuw begint, los van een omgeving waar ook gewoon de dagelijkse krant moet worden gemaakt.”

Beprijzing gebaseerd op marktonderzoek
Maar gaat die lezer daadwerkelijk betalen voor deze vernieuwende journalistieke aanpak? Dag6 vraagt na uitvoerig marktonderzoek €9,90 per maand voor een abonnement dat bestaat uit een papieren weekblad op vrijdag en toegang tot alle content in de mobiele app, dus ook de premium artikelen.

Rinder Sekeris over de prijsstelling: “Het is bij mijn weten nooit bewezen dat er één bepaald ‘hard’ prijsniveau is waarboven mensen niet voor digitale journalistiek willen betalen, of - dat kan natuurlijk ook - bij welke prijs men denkt: ‘Dit is te goedkoop, dat kan geen kwaliteit zijn'. De Correspondent vraagt 70 euro per jaar en heeft 50.000 leden, maar Amedia in Noorwegen - groot in lokale media - is bijzonder succesvol bij een prijsniveau voor digitale content van meer dan 20 euro per maand. De onderbuik zegt weer dat het Spotify-tientje leidend is. Maar dat is wat anders dan de waardebeleving die consumenten daadwerkelijk hebben. Het gaat dus om wat je biedt, het gaat om de journalistiek. Maar uiteindelijk zijn we dus op ongeveer dat tientje uitgekomen."